Kanelbullar…………


Hmmmm….
4 oktober is weer een Zweedse feestdag! Niet dat in Zweden dierendag wordt gevierd, maar de Zweedse kanelbulle komen op tafel, hoewel elke dag kun je ze maken en smullen.

Kanelbulle, of kaneelbroodje in het Nederlands, is een Zweeds broodje met een boter-kaneelvulling.

Ze worden onder andere gegeten bij het bekende Zweedse fika, een kop koffie met een gebakje of koekje erbij.
De kanelbulle (enkelvoud) wordt in de Zweedse cultuur gevierd met een eigen feestdag, sinds 1999 is
4 oktober Kanelbullens Dag.

Nu heb ik ze zelf nog nooit gemaakt, ja beschamend!, maar dat ga ik dan nu maar eens doen! Ik heb er tenslotte de tijd wel voor. Maar eens even kijken bij het recept wat ik nog moet inslaan aan ingrediënten.

Nu kennen we wel de Zeeuwse bolussen en sommigen van ons misschien ook de Zwiepse bolussen. Ze lijken met de Zweedse bolussen op elkaar, dus hoe dat zo is gekomen?? Daar moet iemand maar eens een studie op loslaten lijkt me.

Dit is natuurlijk wat minder….: per 110 gram: 436 kcal! Maar dat mag de pret niet drukken!
De foto’s met eigengemaakt baksel volgen dan ook nog. Eerst boodschappen doen!

Bij deze het recept ( gepikt van Visitsweden.nl):

Zelf Kanelbulle maken

Wat heb je daarvoor nodig:
Ruim 500 gram bloem van goede kwaliteit, liefst bio (kan ook speltbloem zijn)
100 gram suiker
½ theelepel zout
½ theelepel kardemom
60 gram gesmolten (room)boter
1 zakje droge gist (of 1 pakje verse gist)
3 dl. lauwe melk.

Voor de vulling heb je nodig :
50 gram gesmolten roomboter
Suiker en kaneel
Afwerken met : 1 geklopt eitje, witte greinsuiker

Doe de hoeveelheid meel in een grote mengkom en meng er de kardemom doorheen. Maak in het midden een kuiltje. Strooi aan de buitenkant van het meel het zout.

In het kuiltje doe je de gist en de suiker en dan giet je er de gesmolten boter bij. Roer met een vork in het kuiltje de boter erdoor heen. Voeg dan steeds een scheutje melk toe, dat je vervolgens met de vork weer goed doorroert. Op een gegeven moment krijg je een flinke klodder deeg en daarom heen nog wat meel; roeren gaat niet meer zo gemakkelijk. Dan doe je de vork weg, en ga je het geheel met de hand goed doorkneden.

Als je een mooie bol deeg hebt, kneed je nog zeker 6 minuten. Vergeet niet af en toe de deegbal op de tafel te gooien; dit bevordert het rijsproces.

Zet de kom met een vochtige theedoek eroverheen op een tochtvrije plek een half uurtje om te rijzen. Laat in de tussentijd de roomboter smelten en zet het alvast klaar met een kwastje erbij. Haal een bakrooster uit de oven en leg er een vel bakpapier op.

Als het deeg gerezen is, verdeel het dan in 2 stukken. Bestuif het aanrecht of keukentafel met meel en rol een stuk uit tot een rechthoekige plak van ongeveer 1 cm dik. Bestrijk de plak met het mengsel van gesmolten boter en strooi er rijkelijk en gelijkmatig suiker en kaneel over. Rol de plak op tot een dikke worst. Snij vervolgens van de rol, gelijke plakken van ongeveer 1,5 cm en leg de plakjes op het bakpapier.

Leg een theedoek over de bakplaat en laat de kanelbullar rijzen, ongeveer ½ uur. Doe hetzelfde met de tweede plak deeg.

Verwarm de oven voor op 250 graden. Als de rolletjes deeg gerezen zijn, bestrijk ze dan met het geklopte ei en bestrijk ze met geklopt ei en strooi er de greinsuiker over. Schuif de roosters in de oven en bak de broodjes op 225 graden zo’n 8 minuten. Ze moeten lichtbruin zijn. Laat ze even afkoelen en dan… smullen maar.

 

 

 

 

, , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie